Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen aangenomen door Eerste Kamer
Deze wet strekt tot invoering van een voorziening voor werknemers van zestig jaar of ouder die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos worden en die langer dan drie maanden recht hebben op een WW-uitkering.
Aanleiding voor deze aparte inkomensvoorziening voor oudere werklozen is dat de arbeidsmarktpositie van ouderen op dit moment slechter is dan die van jongere werknemers.
Deze voorziening biedt de werknemer, na afloop van zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW), inkomensondersteuning tot 65 jaar, zolang hij nog niet in zijn bestaan kan voorzien door middel van het verrichten van arbeid.
De oudere werkloze heeft wel een sollicitatieplicht en moet algemeen geaccepteerd werk dat wordt aangeboden aannemen.
Een verschil met de bestaande Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is dat de IOAW een vermogenstoets kent en de IOW niet.
Bij de IOW wordt niet naar het inkomen van de partner gekeken en na afloop van de WW-uitkering hoeft de oudere werkloze niet eerst zijn opgespaarde geld of eigen huis op te eten om in aanmerking te komen voor een uitkering.
De IOW is een tijdelijke regeling en vervalt per 1 juli 2016. Eerste Kamer, 17 juni 2008
Terug naar nieuws