Werkgeversheffing over excessieve vertrekvergoedingen

In dit verband wordt onder ‘excessieve vertrekvergoedingen’ verstaan afkoopsommen hoger dan één keer het jaarloon indien het jaarloon meer dan € 500.000 bedraagt. Voor de berekening van het jaarloon wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen vaste en variabele loonbestanddelen.

Als toetsloon wordt hierbij uitgegaan van het loon in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt (het ‘vergelijkingsjaar’). De vertrekvergoeding wordt berekend door het verschil te nemen tussen het jaarloon van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking wordt beëindigd en het jaarloon van het vergelijkingsjaar en daarbij op te tellen het verschil tussen het jaarloon van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van beëindiging van de dienstbetrekking en het jaarloon van het vergelijkingsjaar. Het verschil tussen de aldus berekende vertrekvergoeding en het jaarloon over het vergelijkingsjaar valt onder een heffing van 30% die geheel voor rekening van de werkgever komt. Deze heffing komt naast de reguliere heffing van loonbelasting bij de werknemer zelf. De 30%-heffing geldt alleen voor afkoopsommen bij beëindigingen op of na 1 januari 2009.

Terug naar nieuws