Klik op de vraag om het antwoord te lezen:
- 1. Uit welke elementen kan een gouden handdruk bestaan?
-
De gouden handdruk komt o.a. aan de orde bij een gedwongen beëindiging van het dienstverband en moet gezien worden als een schadeloosstelling voor de gevolgen van het ontslag.
De gouden handdruk kan opgebouwd zijn uit verschillende elementen:
- een vergoeding voor te derven loon, bij voorbeeld voor aanvulling van een werkloosheidsuitkering of een lager loon bij een nieuwe werkgever
- een vergoeding voor te derven pensioen, aan te wenden voor pensioen ter voorkoming van een pensioenbreuk
- in uitzonderingsgevallen komt een immateriële schadeloosstelling (smartengeld) voor
- vergoeding voor de kosten van outplacement
- vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand (en evt. andere noodzakelijke kosten)
-
Fase 1: bepaling hoogte Gouden Handdruk
Er bestaan verschillende methoden om de afzonderlijke componenten te wegen. De materie is echter nog steeds in beweging.
Met ingang van 1 januari 1997 werken alle kantonrechters in principe met de (niet wettelijke) kantonrechterformule.
-
Fase 2: aanwending Gouden Handdruk
De Gouden Handdruk wordt ineens belast tegen maximaal 52%, tenzij deze wordt aangewend voor een loon- of pensioenaanvulling (stamrecht).
Voor dit laatste bestaan verschillende mogelijkheden: verzekeren of een Stamrecht BV oprichten. De inkomensaanvulling uit het stamrecht wordt bij uitbetaling belast.
Toepassing van de stamrechtvrijstelling bespaart per saldo op de belastingheffing.
Acadium Bastion rekent desgewenst met u ieder denkbaar scenario door en zorgt voor eventuele begeleiding.
Raadpleeg ons vooraf omtrent de laatste stand van zaken. Bij daadwerkelijke ontvangst in contanten van de Gouden Handdruk moet zonder meer afgerekend worden.
- 2. Wat wordt verstaan onder de kantonrechterformule?
-
De kantonrechterformule is min of meer afgeleid uit de jurisprudentie. De kantonrechterformule leidt tot een schadeloosstelling ter grootte van 0,5 tot 2 maal
het maandinkomen van de werknemer voor ieder dienstjaar. Het maandinkomen kan gezien worden als het jaarsalaris inclusief emolumenten gedeeld door twaalf.
Met ingang van 1 januari 1997 hanteren de kantonrechters een standaardformule, aanbevolen door de Kring van Kantonrechters.
Hiermee werd tegemoet gekomen aan een lang gekoesterde wens voor meer duidelijkheid en uniformiteit. Met name op de grote verschillen in uitkomsten bij de
verschillende rechters is altijd veel kritiek geweest.
De vergoeding wordt gebaseerd op de formule:
S = A * B * C, afgerond op een rond getal, waarin:
-
'A': staat voor het gewogen aantal dienstjaren. Dit aantal is te berekenen door de dienstjaren te vermenigvuldigen met een leeftijdsafhankelijke wegingsfactor. Op 30 oktober 2008 heeft de Kring van Kantonrechters besloten een aantal aanbevelingen te wijzigen, waaronder de wegingsfactoren. De gewijzigde aanbevelingen kunnen worden toegepast voor ontslagsituaties, waarbij het verzoekschrift op of na 1 januari 2009 is/wordt ingediend. Als kanttekening plaatsen wij, dat een reeds bestaand sociaal plan voor collectief ontslag nog steeds gebaseerd kan zijn op de aanbevelingen van vóór 1 januari 2009.
| Wegingsfactoren op basis van de aanbevelingen van vóór 1 januari 2009 |
|
dienstjaren in periode
|
wegingsfactor
|
| tot leeftijd 40 |
1 |
| vanaf leeftijd 40 tot 50 |
1,5 |
| vanaf leeftijd 50 |
2 |
| Wegingsfactoren op basis van de aanbevelingen per 1 januari 2009 |
|
dienstjaren in periode
|
wegingsfactor
|
| tot leeftijd 35 |
0,5 |
| vanaf leeftijd 35 tot 45 |
1 |
| vanaf leeftijd 45 tot 55 |
1,5 |
| vanaf leeftijd 55 |
2 |
Het aanpassen van de wegingsfactoren leidt allereerst tot een verlaging van een ontslagvergoeding voor relatief jonge werknemers. Hier is ingespeeld op het gegeven, dat voor deze leeftijdscategorie de arbeidsmarktpositie de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Bovendien leidt de aanpassing tot een algehele verlaging van het vergoedingsniveau voor met name werknemers met een lang dienstverband, dat op jonge leeftijd is aangevangen.
-
B. Beloning per maand. Onder beloning valt: vast maandsalaris vakantiegeld, 13e maand, structureel overwerk, structurele winstdeling.
Onder beloning valt niet: werkgeversdeel pensioenpremie en ziektekostenpremie, auto van de zaak, onkostenvergoeding, tantième, niet-structurele winstdeling.
-
C. Correctiefactor. Deze is 1 bij een standaard (neutrale, kleurloze) ontbinding.
In bijzondere gevallen waar de schuldvraag en andere omstandigheden een rol van betekenis spelen kan deze factor hoger of lager vastgesteld worden.
Suppletiemethode
Een andere mogelijkheid voor het vaststellen van de ontslagvergoeding is, dat de werkgever zich verplicht om (gedurende een bepaalde periode) de wettelijke voorzieningen aan te vullen tot een bepaald percentage van het bruto of netto loon van de werknemer. De ontslagvergoeding kan bij deze methode worden vastgesteld op de contante waarde van de benodigde aanvullingen. Deze methode wordt veelvuldig toegepast in sociale plannen, maar kan ook in individuele ontslagsituaties een interessant alternatief vormen.
- 3. Telt pensioenschade ook mee bij het vaststellen van de schadeloosstelling?
-
Pensioenschade is de contante waarde van het tekort aan pensioenopbouw, veroorzaakt door de beëindiging van het dienstverband. Bij de bepaling van de pensioenschade spelen vele factoren een rol: het FVP (Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering), de kwaliteit van de pensioenregeling bij een nieuwe werkgever ten opzichte van de oude regeling.
In principe wordt de pensioenschade niet verrekend met de schadeloosstelling. Het is daarom in ieder geval verdedigbaar de schadeloosstelling evenredig te verhogen op basis van de werkgeverspremie voor het pensioen (hetzelfde geldt voor de werkgeversbijdrage aan de ziektekostenverzekering en in theorie ook voor de auto van de zaak).
Er wordt wel gesteld dat de uitkomst van de standaard kantonrechterformule ook een vergoeding biedt voor de pensioenschade. Dit is ons inziens voor discussie vatbaar. Voor 1 januari 1997 werden allerlei varianten van de kantonrechterformule toegepast en werd daarnaast vaak een separate vergoeding voor de pensioenschade toegekend. In de oorspronkelijke aanbeveling van de Kring van Kantonrechters komt de pensioenschade niet aan de orde.
De pensioenschade zou eventueel vertaald kunnen worden in een verhoging van het fictieve maandsalaris, overeenkomend met de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie (of een meewegen in de factor C). In de aanbeveling staat voorts dat de schadeloosstelling niet meer mag bedragen dan het gederfde loon tot de pensioendatum. Dit lijkt weer te suggereren dat de pensioenschade niet opgenomen is in de formule.
Voor een betrouwbare inschatting van de pensioenschade is de bemoeienis van een deskundige op dit gebied onontbeerlijk.
- 4. Wat verstaat men onder de fictieve opzegtermijn?
-
Voor degenen die bij ontslag een schadeloosstelling krijgen, geldt vanaf 1 januari 1999 een fictieve opzegtermijn. De fictieve opzegtermijn is de opzegtermijn die op grond van de wet of de arbeidsovereenkomst in acht had moeten worden genomen. De op de ontslagdatum vastgestelde WW-uitkering zal pas ingaan na deze termijn. In de praktijk houdt men vanwege deze bepaling bij de vaststelling van de ontslagdatum vaak al rekening met de opzegtermijn, zodat de verschuiving van de ingangsdatum van de WW-uitkering dan niet toegepast hoeft te worden.
Tijdens de fictieve opzegtermijn blijft men verzekerd voor de werknemersverzekeringen WW, WIA en ziekengeld. De premies zijn voor rekening van de werkgever. Bovendien is geregeld dat bij het ingaan van de WW na toepassing van de fictieve opzegtermijn de doorbetaling van (een deel van) de pensioenpremies via de Stichting FVP gewoon kan plaatsvinden.
- 5. Wat is een stamrecht?
-
Een stamrecht is een recht op periodieke uitkeringen. In plaats van de schadeloosstelling als een bedrag uit te laten keren (er is dan direct loonheffing verschuldigd), kan ook een stamrecht worden bedongen bij een verzekeraar.
Voor verkrijging van de gouden handdrukstamrechtvrijstelling (het achterwege laten van de loonheffing ineens) dient het stamrecht aan een aantal eisen te voldoen. De uitkeringen mogen direct ingaan, uitstel is mogelijk tot uiterlijk de 65-jarige leeftijd. De uitkeringen mogen alleen toekomen aan de werknemer, zijn partner en zijn kinderen, mits jonger dan 30 jaar. Uitgestelde uitkeringen hebben de vorm van een uitgestelde zuivere lijfrente of de vorm van een gerichte lijfrente.
Het voordeel van de gouden handdrukstamrechtvrijstelling is dat niet ineens loonheffing betaald hoeft te worden maar dat de heffing wordt uitgesteld en gespreid over de lijfrentetermijnen. Het resultaat is een gematigder heffing en tevens een vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing.
- 6. Wat wordt verstaan onder het 1%-criterium?
-
Een criterium dat is ontwikkeld in de jurisprudentie en dat dient om de minimale duur van een lijfrente te bepalen. Het criterium betekent dat de duur van de lijfrente zo gekozen wordt dat de kans van overlijden van de verzekerde gedurende de duur van de lijfrente ten minste 1% bedraagt.
- 7. Kan ik mijn goudenhanddrukverzekering afkopen?
-
Indien de aanspraak (gedeeltelijk) afgekocht of vervreemd wordt dan wel feitelijk of formeel voorwerp van zekerheid wordt, of indien de aanspraak niet langer aan de gestelde voorwaarden voldoet, wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande moment de volledige aanspraak belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Bij gedeeltelijke afkoop zal derhalve de verzekeraar over de hele afkoopwaarde van de verzekering loonbelasting dienen in te houden volgens het progressieve tarief.
Bij afkoop van een gouden handdrukverzekering wordt ook "revisierente" ingevorderd boven op de heffing van loonbelasting/ inkomstenbelasting.
De revisierente bedraagt maximaal 20% en wordt gematigd indien de afkoop plaatsvindt binnen 10 jaar na het afsluiten van de stamrechtverzekering en aangetoond wordt dat de heffingsrente bij reguliere navordering op een lager bedrag zou uitkomen. In dat geval is het lagere bedrag verschuldigd.
- 8. Wat is een contraverzekering?
-
De contraverzekering is een risicoverzekering die - ter compensatie van vermogensverlies - uitkeert als de laatste van een of meerdere verzekerden overlijdt binnen een bepaalde periode. Het vermogensverlies doet zich voor als de verzekerden van een lijfrente betrekkelijk kort na de ingangsdatum van de uitkeringen overlijden.
De waarde van de lijfrente bij overlijden vervalt dan aan de verzekeraar. De looptijd van de contraverzekering kan zodanig worden vastgesteld dat de kans op vermogensverlies niet meer aanwezig is. De uitkering komt ten goede aan de erfgenamen (veelal de kinderen).
De premie(s) zijn niet aftrekbaar; over de waarde van de verzekering is in principe jaarlijks 1,2% belasting (vermogensrendementsheffing) verschuldigd. In het algemeen zal een risicoverzekering echter nauwelijks of geen waarde hebben. De uitkering is onbelast voor de inkomstenbelasting; wel behoort na overlijden de uitkering tot de heffingsgrondslag van Box 3.
Indien de begunstigden zelf de premies hebben betaald is er geen successierecht verschuldigd over de uitkering. Dit kan geregeld worden door bijvoorbeeld de kinderen de premies te laten betalen met door de ouders geschonken bedragen. Op de schenkingen kan de schenkingsvrijstelling van toepassing zijn.
- 9. Wordt mijn IOAW-uitkering gekort door een goudenhanddrukstamrechtuitkering?
-
De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is bedoeld o.a. voor werklozen voor wie de WW is beëindigd en die op de eerste werkloosheidsdag minstens 50 jaar oud waren.
Het uitkeringsniveau is op (sociaal) minimumniveau:
- voor gehuwden etc. twee maal 50% van het minimum loon.
- voor een alleenstaande ouder 90% van het minimum loon.
- voor een alleenstaande 70% van het minimum loon.
De IOAW kent geen vermogenstoets. Arbeidsinkomen van de werknemer of zijn partner wordt in mindering gebracht op de uitkering. In bepaalde gevallen wordt een klein deel tijdelijk niet meegeteld.
Korting gouden handdrukuitkeringen
In principe wordt een periodieke uitkering, afkomstig uit een gouden handdruk ook in mindering gebracht op de IOAW-uitkering. De korting blijft echter achterwege als aangetoond kan worden dat bij de besteding van de schadeloosstelling de keuzevrijheid bestond tussen ineens opnemen met fiscaal afrekenen en een stamrecht bedingen.
Op 17 juni 2008 is een wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer betreffende de introductie van een tijdelijke inkomensregeling voor ouderen, de IOW (Inkomensvoorziening voor oudere werklozen). De wet gaat in per 1 december 2009. De IOW komt gedeeltelijk in de plaats voor de IOAW en is bestemd voor werklozen van 60 jaar en ouder, die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos worden en die langer dan drie maanden recht hebben op een WW-uitkering. Evenals de IOAW kent de IOW geen vermogenstoets, maar wel een inkomenstoets. Het kenmerkende verschil ten opzichte van de IOAW is, dat bij de inkomenstoets het inkomen van de partner buiten beschouwing wordt gelaten. De regeling is tijdelijk en wordt in 2010 geëvalueerd. Op grond van de IOW kan een uitkering worden verkregen van maximaal 70% van het bruto minimumloon.
- 10. Welke eisen worden gesteld aan een stamrecht BV?
-
Het is mogelijk een stamrecht BV op te richten teneinde daarin het stamrecht onder te brengen. Voor de Stamrecht BV gelden in grote lijnen dezelfde regels als voor de verzekering van het stamrecht.
Echter, als de erfgenamen aandeelhouder zijn van de BV en er resteert een positief saldo in de BV na overlijden van de gerechtigden, dan wordt hierover eerst vennootschapsbelasting geheven en daarna successierecht. Als de erfgenamen, aandeelhouders vervolgens over de gelden willen beschikken, betalen zij 25% inkomstenbelasting over het verschil tussen de aan- en verkoopprijs van de aandelen.
Bij verzekeringsovereenkomsten kunnen de erfgenamen niet optreden als gerechtigden. Eventueel kan een contraverzekering worden gesloten.
De Stamrecht BV mag de te beheren gelden vrij beleggen. Dit mag ook een (hypothecaire) lening zijn aan de stamrechtgerechtigde, zodat deze over het geld kan beschikken zonder fiscaal af te rekenen. De lening dient wel op zakelijke voorwaarden afgesloten te worden. De belastingdienst zal ook een aflossingsschema willen zien. Een voordeel van de stamrecht BV kan zijn dat een eventueel restantsaldo via vererving of eigendom van de aandelen altijd toe kan komen aan de kinderen of erfgenamen. Bij verkoop van de aandelen of uitkering van dividend is weer 25% inkomstenbelasting verschuldigd (winst uit aanmerkelijk belang). Via een stamrechtverzekering kan alleen aan de kinderen uitgekeerd worden indien en zolang deze jonger zijn dan 30 jaar.
De BV kan dezelfde zekerheden bieden als een stamrechtverzekering door de verplichting (deels) te herverzekeren (zakenpolis).
Uiteraard komt in bovenstaande onderwerpen niet alles even gedetailleerd ter sprake. Onze adviseurs zijn en blijven de aangewezen
personen om uw vragen te beantwoorden en u verder op weg te helpen.
Maak daarom een afspraak, het verplicht u tot niets maar kan u wel veel wijzer maken!